Het einde van mijn weken "vrijheid" komt in zicht. De terugreis richting het werk is al begonnen. Langzaam vecht ons dappere bootje zich een weg omhoog tegen stroom, wind en regen. Vooral veel regen. Het slechte weer deed ons schuilen in de haven van het historische stadje Woudrichem.
Woudrichem is ontstaan in de negende eeuw. Op de oeverwal langs de rivier ontstond een marktplaats. Rond het jaar 1000 ontstaat merendeels ten noorden van de Alm een aantal nederzettingen om Woudrichem.De rivier de Maas had toen een andere loop en stroomde niet langs Woudrichem, maar langs Heusden. Later verlegt de hoofdstroom zich naar de Alm en weer later naar de Waal.
De ligging aan de rand van Holland aan de rivieren geeft Woudrichem een strategische positie. Zo is de stad in 1405 door de Arkelsen overvallen, door de Geldersen in 1511 en de Spanjaarden in 1573 en kort daarna nogmaals door de Spanjaarden. Daarna wordt het rustiger. Na de Franse tijd wordt het Land van Altena in 1815 definitief Brabants.
In de veertiende eeuw is de stad zo uitgegroeid, dat Heer Willem V van Altena in 1356 Woudrichem het stadsrecht verleent. De graaf van Holland verplaatst in datzelfde jaar de grafelijke riviertol van Niemandsvriend, gelegen in het dorp Sliedrecht, naar Woudrichem. Hierdoor en door andere voorrechten, zoals het visrecht uit 1362 – verleend door Dirk Loef van Horne, de opvolger van Willem V – komt de plaats tot bloei.
Laten daar nu in 2010, net wanneer wij aanleggen, de jaarlijkse Visserijdagen aan de gang zijn. We vielen dus met onze neus recht in het feestgedruis. Naast het palingroken, manden maken en vis bakken was dit natuurlijk ook weer een uitstekende uitvalsbasis voor wederom een lange duurloop. Even een korte samenvatting: hoge dijken, regen en wind. Heel veel wind. Maar... ik ben lekker uitgewaaid en de kilometers zijn weer gemaakt!